FORUM
Recente blogs
Archief
Meest gelezen blogs
Tags
Zoekfilters
Auteur
Artikel
Trefwoord
24.06.2021Pauline Westerman

KLASSIEKERS DEMOCRATISCHE RECHTSSTAAT #2: De wet als partituur


Een rechtsstaat is een staat die gebonden is aan het recht. Maar wat is recht? Die vraag is net zo onmogelijk te beantwoorden als de vraag naar wat muziek is. Er is geen enkel structureel kenmerk dat je als universeel zou kunnen beschouwen. Als men muziek zou karakteriseren als tonaliteit dan zou menig Afrikaanse muziektraditie daar weer buiten vallen. Om nog maar te zwijgen van de onmogelijkheid om één enkele functie aan te wijzen in de enorme variëteit van functies -bij begrafenissen, feesten, diners, dans, religie etc. etc.- die muziek vervult. Dezelfde moedeloosheid overvalt de rechtstheoreticus die op zoek is naar de aard of de functie van recht.

We kunnen de rechtsstaat dan ook beter karakteriseren als een staat die gebonden is aan een bepaalde vorm van recht: het recht als gecodificeerd stelsel van wetten die een min of meer coherent geheel vormen als kader voor rechtspleging en uitvoering. Een dergelijk rechtssysteem kan goed vergeleken worden met een klassiek muziekstuk en de rechtsstaat met een symfonieorkest.
Verschillende overeenkomsten springen in het oog. Centraal in de klassieke muziek staat het werk. Waar in veel andere muziekvormen de muziek hooguit dient als thema of slechts als stijlaanduiding waarop door anderen verder geïmproviseerd kan worden, vormt het klassieke werk een min of meer afgerond en definitief geheel waarin de onderlinge elementen op elkaar zijn afgestemd.

Het werk is door een gespecialiseerde actor ontworpen: de componist. In de trias politica van de klassieke muziek is de componist de wetgever, is de dirigent de interpreterende rechter en nemen de musici de uitvoering ter hand. In verband met die arbeidsdeling en de noodzaak van enige coördinatie tussen deze verschillende specialisten is een partituur nodig, als het functionele equivalent van codificatie.

De gelijkenis gaat daarom nog iets verder. Zowel `het werk’ als de wet in de rechtsstaat heeft een paradoxaal karakter. Aan de ene kant heeft het een bindende en beperkende werking. Door notatie kunnen musici er niet langer lustig en vrijelijk op los variëren. Wie de grijze koppen van het gemiddelde klassieke muziekpubliek kent, zal licht verlangen naar een levendiger muziekpraktijk net zoals criticasters van de huidige rechtsstaat -als de rechtssocioloog Marc Hertogh- zich beklagen over de teloorgang van “het levende recht” ten gunste van rechtszekerheid en continuïteit.

Anderzijds heeft zowel het klassieke muziekwerk als ook dit type recht door codificatie een zekere autonomie verworven. We hoeven Schubert niet zelf te horen spelen om te weten hoe het klinkt, als `werk’ leeft zijn muziek voort lang na zijn dood, en we kunnen het uitvoeren op onze eigen wijze, met modernere instrumenten, en in de verschillende interpretaties van eigentijdse dirigenten. Ook de wettekst biedt deze mogelijkheden. Wij zijn gebonden aan het recht en niet slechts aan de intentie van de historische wetgever, wij kunnen het op eigen wijze interpreteren en uitvoeren. De paradox bestaat er dus in dat zowel de wetstekst als ook de partituur juist door vastlegging van het oorspronkelijke plan de ruimte voor mogelijke interpretaties vergroot.

In het geval van de rechtsstaat is deze mogelijkheid om nieuwe en door de wetgever onbedoelde betekenissen te geven aan de tekst zelfs groter dan in het muziekstuk, omdat de wet een collectief product is. Het is de uitkomst van een wetgevingsproces waarbinnen -als het goed is- verschillende doeleinden en belangen de revue zijn gepasseerd. De wettekst is dan ook niet de neerslag van een specifieke bedoeling van `de’ wetgever waardoor de hoeveelheid mogelijke interpretaties worden beperkt. We spreken ten onrechte van de wetgever in enkelvoud. Anders dan een muziekstuk is de wettekst een gestold compromis, het product van collectieve beraadslaging. In dat compromis zien we dezelfde paradox terug die ik al eerder signaleerde. Enerzijds maakt het compromis meerdere interpretaties mogelijk, maar anderzijds bindt zo’n compromis-uitkomst nauwer dan een enkel decreet. Naarmate het afwegingsproces meer ruimte heeft geboden aan conflicterende meningen en belangen, des te ernstiger we de uitkomst van dat proces moeten nemen. We mogen, om met Raz te spreken, zo’n uitkomst niet zomaar terzijde schuiven voor een argument dat in dat afwegingsproces óók al aan de orde was gekomen en meegewogen.

De vergelijking met het muziekstuk maakt tevens duidelijk hoezeer de verschillende eigenschappen van de rechtsstaat samenhangen. De partituur is daarbij steeds het scharnierpunt. Zonder de partituur is het orkest slechts een metafoor voor afgedwongen harmonie, waarbij iedere partij in het gareel wordt gehouden door de (goddelijke) dirigent die Pufendorf voor ogen had. De partituur als wettekst verandert dwang en decreet in discussie en discours, mits zij niet alleen één enkel belang verwoordt, -zelfs als dat wordt voorgesteld als een ‘algemeen’ belang- maar de uitkomst is van een inclusief afwegingsproces.

De wet als partituur maakt ook de arbeidsdeling mogelijk die in de trias politica tot uiting komt. Het verlangen naar een losser wetgevingskader (als hooguit enkele richtlijnen voor verdere improvisatie) waarin slechts enkele abstracte bepalingen zijn opgenomen, heeft dan ook directe gevolgen voor de taakverdeling tussen de verschillende actoren. Het is dan ook niet toevallig dat de opkomst van de abstracte zorgplicht gelijk opging met de nuancering van de trias als machtenscheiding. Waar allen zich scharen achter één abstract geformuleerd wenselijk doel wordt samenwerking tussen de machten belangrijker geacht dan wederzijdse controle. Een ontwikkeling die te begrijpen is als het verlangen naar een improvisatiepraktijk waarbij de musici van een ensemble elkaar slechts in de ogen hoeven te kijken om te weten hoe ze zullen verder spelen.

Ten slotte herinnert de metafoor ons aan het belang van de uitvoering. Een wet die niet wordt uitgevoerd is even zinloos als muziek die niet wordt uitgevoerd. Bij het ontwerpen van de hoeveelheid maatregelen en regelingen en wetten is er vaak onvoldoende aandacht voor hoe dit alles kan worden uitgevoerd. Hoe kan men in de maat blijven (maatwerk leveren) zonder te spelen? Het recht komt pas tot leven als het stokje van de dirigent omhoog gaat en de strijkers inzetten.
OVER DE AUTEUR
REAGEER

www.nederlandrechtsstaat.nl wordt ondersteund door Tilburg University, het Vfonds en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties