FORUM
Recente blogs
Archief
Meest gelezen blogs
Tags
Zoekfilters
Auteur
Artikel
Trefwoord
22.02.2021Maurice Adams & Ronald Janse

Verkiezingsblog #9: Checks and balances


Bijna alle partijen hebben ideeën om de rechtsstaat te behouden en te versterken. Een ontwikkeld systeem van teugels en tegenwichten, checks and balances, is daarvoor cruciaal. Er is ook een partij die wat dit aangaat vrijwel alles wil afbreken. Laten we daar maar mee beginnen. Zet u schrap.
 
Voor Forum voor Democratie is er één maat voor alle dingen: de macht van de Nederlandse parlementaire meerderheid en in het verlengde daarvan de regering. Alles wat de democratische meerderheidswil beperkt, moet weg.
 
Te beginnen met alle juridische normen voor overheidshandelen waar het parlement geen greep op heeft. Het is afgelopen met direct werkend internationaal recht zodat ‘we niet tegen onze democratische wil in worden gehouden aan internationale bepalingen’. Nederland zegt vaarwel tegen het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, de EU en het Internationaal Strafhof, en is zodoende niet meer gebonden aan de rechtspraak van internationale rechters of het beleid van de EU. In Nederland gelden alleen nog maar Nederlandse wetten.
 
Vervolgens wordt korte metten gemaakt met de onafhankelijkheid van de Nederlandse rechterlijke macht, ‘een ideologisch bolwerk’. Het FvD constateert: ‘officieel worden rechters benoemd door de regering (uitvoerende macht) maar in de praktijk wordt vrijwel altijd de aanbeveling gevolgd vanuit de rechterlijke macht zelf.’ Op deze praktijk wil het FvD een ‘correctie’ laten plaatsvinden. Het FvD wil ‘de grip van de politiek op benoeming van (hogere) rechters zoals leden van de Hoge Raad of van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, versterken’. Kortom: álle rechters moeten door de politiek benoemd worden. Daartoe roept het FvD een ‘parlementaire ondervragingscommissie’ in het leven.
 
Hiermee beweegt het FvD zich in de tegenovergestelde richting van het voorstel tot herziening van de Grondwet inzake de benoeming van de leden van de Hoge Raad. Volgens dit voorstel moet de huidige kans – die zich vooralsnog in de praktijk niet verwezenlijkt doordat het parlement, dat leden voor benoeming voordraagt aan de regering, de aanbevelingslijst van de Hoge Raad overneemt  ̶  op partijpolitieke beïnvloeding van de benoeming van leden van de Hoge Raad nu juist worden verkleind omdat nu onvoldoende is gewaarborgd dat rechters worden beschermd tegen politieke beïnvloeding. Dit is in lijn met aanbevelingen van de Raad van Europa, de Staatscommissie Parlementair Stelsel en Corstens, die er terecht op heeft gewezen dat het parlement de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Polen heeft ontmanteld.
 
De door de politiek benoemde rechters worden vervolgens onderworpen aan een ‘Wet op de rechtsvinding’. Op grond daarvan moeten wetten ‘worden geïnterpreteerd conform de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever. Zo wordt voorkomen dat rechters de wet zien als een ‘levend instrument’, waar zij naar verloop van tijd hun betekenis aan kunnen geven’.  Elke eerstejaars student kan uitleggen waarom dit niet zo slim is –  de strafwetgever, om maar een voorbeeld te geven, had aan het einde van de 19e eeuw niet zoveel te melden over de vraag of virtuele amuletten in een online game een goed zijn in de zin van artikel 310 Sr – maar het voorstel bevestigt nog maar eens dat de rechter het verlengstuk is van het parlement en de regering. Ook het voorstel om te werken met minimumstraffen (vooruit: daar mag gemotiveerd van worden afgeweken) past in de ambitie om de rol van rechters te knechten.
 
FvD laat het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet ongemoeid zodat de rechter wetgeving en overheidsbeleid niet kan toetsen aan de Grondwet. Voor de zekerheid past FvD ook artikel 3:305a BW aan, zodat overheidsbeleid niet langer door middel van een collectieve actie (Rookverbod, Urgenda, SGP-zaak) kan worden voorgelegd aan de rechter. Subsidies aan organisaties die proefprocessen voeren tegen de staat, worden stopgezet.
 
FvD heeft ook gedacht aan het probleem dat de uitvoering van de ‘democratische wil’ gefrustreerd kan worden door zelfstandig denkende ambtenaren: ‘Bij het aantreden van een nieuwe regering moeten topambtenaren en ambassadeurs, net als in de Verenigde Staten, opnieuw op hun functie solliciteren’. FvD wil zich verder graag bemoeien met de ‘onderwerpkeuze, gasten en voorkeuren van steeds dezelfde presentatoren’ bij de publieke omroep. De NPO wordt ‘grondig gesaneerd’ en de partijlidmaatschappen van bestuursleden, presentatoren en netmanagers van de NPO moeten openbaar worden gemaakt.
 
FvD verwijst ter inspiratie en bevestiging graag naar de Verenigde Staten en Zwitserland, maar het verkiezingsprogramma is door en door Hongaars. Daarom komt het volgende voornemen niet als een verrassing: ‘Nederland stopt met het najagen van “progressieve” doelen in Midden- en Oost-Europa. Deze initiatieven druisen vaak volledig in tegen de wens van de meerderheid van de lokale bevolking en ondermijnen niet zelden het werk van regeringen die democratisch gekozen zijn.’ Het enige waarin FvD verschilt van Fidesz is dat FvD pleit voor een vrijwel onbegrensde meningsuiting.  Alleen: stel dat de ‘democratische wil’ de vrijheid van meningsuiting bij wet toch flink aan banden legt, wie roept het parlement dan tot de orde? De door dat parlement benoemde rechter die de wet conform de oorspronkelijke bedoeling van dat parlement moet uitleggen? De bescherming van fundamentele rechten tegen de overheid vereist een onafhankelijke rechter.
 
Veelzeggend is dat het woord rechtsstaat slechts één keer voorkomt in het FvD-programma: het staat opgenomen in het hoofdstuk over migratie en veiligheid en is daarin synoniem met effectieve strafrechtelijke rechtshandhaving. (Het woord rechtsstaat wordt overigens in de andere verkiezingsprogramma’s opvallend vaak geassocieerd met criminaliteit en rechtshandhaving.) Rule by lawin plaats van de rule of law. Het programma van de PVV bevat wel een aanklacht tegen de rechtspraak maar geen concrete voorstellen behalve het programmapunt: ‘Herstel rechtsstaat: geen willekeur en corruptie’.
 
Inbreuken op de rechtsstaat gebeuren meestal subtiel, en ook niet steeds bewust: je moet vaak in samenhang lezen om de mogelijke rechtsstatelijke gevolgen van hervormingsvoorstellen te begrijpen. Zo zagen we de laatste jaren bijvoorbeeld niet alleen bezuinigen op de rechtsbijstand, maar ook bij het OM en de rechterlijke macht. Over elk van de maatregelen mag redelijk debat niet worden uitgesloten. Maar als je het geheel van die maatregelen in ogenschouw neemt, dan hebben die allemaal betrekking op de toegankelijkheid van onze rechtspleging. Het geheel kan dan meer zijn dan de som der delen.
 
Dat is in het verkiezingsprogramma van FvD onmiskenbaar het geval. Onder de noemer van democratie wordt de rechtsstaat doelbewust tot op de grond afgebroken. Voor wie dit als een verrassing komt: veel van de ideeën waren al te lezen in het proefschrift van de partijleider, uit 2012 alweer. Daarin werden democratie, nationalisme en nationaliteit, soevereiniteit en rechtsstaat op een bijzondere wijze met elkaar vervlochten. Zo werd het belang van de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechter bepleit, als een van de pijlers van een rechtsstaat. Die rechtsstaat werd vervolgens gedefinieerd als een staat waarin ‘het recht van de samenleving’ geldt. En aangezien rechters deel van die samenleving uitmaken, werden die geacht vanuit een ‘gedeeld gemeenschapsgevoel’ hun taak uit te oefenen. Je hoeft nog niet eens heel goed te lezen om te begrijpen dat hiermee de onafhankelijkheid van die rechter drastisch werd ingeperkt. Hetzelfde voor het concept democratie: dat werd eigenlijk niet gedefinieerd, maar het verwees wel naar een gedeelde collectieve identiteit, en viel samen met de natiestaat. En de gehele politieke structuur, met het evenwicht tussen de machten en de diverse geledingen in de politiek, zo lazen we nog in het proefschrift, vergde verankering in een collectieve identiteit.
 
Het verkiezingsprogramma bepleit in dit verband een Wet Bescherming Nederlandse Waarden die noodzakelijk is omdat door ‘de komst van grote groepen (overwegend islamitische) immigranten een aantal verworvenheden en kernwaarden van onze samenleving onder grote druk komen te staan’. In concreto blijkt het te gaan om de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting of eigenlijk de vrijheid ‘om de overtuigingen en godsdiensten van mensen in al hun aspecten te bekritiseren, te ridiculiseren of te bespotten’. De SGP, toch ook een oer-Hollandse partij, ziet dat overigens net iets anders, ook al is het verbod op godslastering inmiddels verleden tijd: ‘De vrijheid van meningsuiting mag geen vrijbrief zijn om doelbewust en nodeloos te kwetsen of Gods naam te lasteren’. Kennelijk kunnen we van mening verschillen over de interpretatie van Nederlandse kernwaarden.
 
En daarmee is de cirkel rond. Het gedachtegoed van de partijleider werd de voorbije jaren van theoretische gedachteoefening (papieren tijger) omgezet naar politieke actie, en vertaalt zich inmiddels in het verkiezingsprogramma en dus in een voornemen tot politieke daadkracht. Alles wat de democratische meerderheidswil beperkt moet weg, zo openden we dit blog. Die democratische meerderheidswil moet tevens, zo blijkt nu, ingevuld worden door wat we maar een Hollandse identiteit noemen. Dat lazen we ook al in het proefschrift, waar ‘nationale loyaliteit’ verankeringspunt van rechtsstaat en democratie werd genoemd. Maar waar in het proefschrift dit nog werd vertaald in de verwarrende frase ‘multicultureel nationalisme’, moet inmiddels dat multiculturalisme zelf worden bestreden. Wat overblijft is dan nationalisme van een specifieke soort. Je vraagt je af wat fundamentele rechten dan nog kunnen betekenen.
 
Laten we misverstanden vermijden: wie zou het belang van een minimum aan gemeenschappelijke waarden wensen te ontkennen? (Het aanvaarden pluralisme en democratische rechtsstaat zouden overigens zomaar die waarden kunnen zijn.) En wie zou willen beweren dat nationale parlementaire vertegenwoordiging in een democratie van generlei waarde is? Maar wat hier gebeurt, is dat het politieke en parlementaire democratiebeginsel, dat sterk steunt op verkiezingen en meerderheidsregel, niet alleen als vanzelf van toepassing wordt verklaard op de rechter, maar dat er zelfs de consequentie van wordt genomen dat aan wat die Hollandse meerderheid doet of wenst niet mag worden weerstaan. Niet door de rechter, en ook niet door de wetgever. Dat komt neer op het afschaffen van de checks and balances die voor iedere functionele rechtsstaat wezenlijk is. En idem voor maatschappelijk pluralisme.
 
Wat valt er uit de andere verkiezingsprogramma’s af te leiden over het thema rechtsstaat en teugels en tegenwichten? De ontwikkelingen in Hongarije en Polen worden in bijna alle andere programma’s krachtig veroordeeld (VVD, GL, D66, CDA, CU, PvdA, PvdD). ‘Europa staat pal voor de bescherming van de democratische rechtsstaat in de lidstaten. Landen die tornen aan de rechtsstaat verliezen hun stemrecht in de Europese Raad en hun aanspraak op Europese fondsen en subsidies. Bij corruptie met Europees geld worden subsidies gekort of stopgezet’, zegt het CDA. Wat ons betreft is dit een lovenswaardig statement. Interessante vraag is dan wel hoe die partij, ook gezien de partijbeginselen, inmiddels de mogelijke samenwerking met het FvD ziet (zie de provinciale coalitie in Noord-Brabant).
 
De ontwikkelingen in Oost-Europa en elders vormen waarschijnlijk ook de verklaring waarom vrijwel alle partijen zich principieel uitspreken voor iets dat altijd vrij vanzelfsprekend is geweest: het belang van de onafhankelijke rechter in Nederland. Zo zegt de VVD: ‘Onafhankelijke rechtspraak is een van de belangrijkste fundamenten waarop onze democratische rechtsstaat is gebouwd’ (een vrij drastische wending overigens ten opzichte van het eerdere standpunt van deze partij). Er zijn echter weinig concrete voorstellen om mogelijke sluiproutes van politieke beïnvloeding af te sluiten. Het voorstel voor een andere benoemingswijze van de leden van de Hoge Raad wordt bijvoorbeeld niet genoemd. Alleen D66 komt met ideeën, hoewel ook nog algemeen geformuleerd: ‘We passen de wet aan zodat ministeriële invloed op benoemingen, schorsingen en ontslagen bij de Raad voor de Rechtspraak is uitgesloten’. Ook bepleit deze partij een bekostigings- en begrotingsmethodiek die past bij een onafhankelijke rechtspraak.
 
De meeste partijen kijken voor de in een rechtsstaat noodzakelijke teugels en tegenwichten verder dan de onafhankelijke rechter. De verbetering van de rechtspositie van klokkenluiders heeft grote aandacht van het CDA, GL, PvdD en de PvdA. Groen Links stelt voor de WOB te vervangen voor een Wet open overheid waarbij de norm is dat persoonlijke data van de burger zijn en niet van de overheid. De PvdA zet in op het vergroten van de kennis van de rechtsstaat en fundamentele rechten onder parlementariërs, beleidsmakers, de politie en jongeren. Meerdere partijen spreken zich uit voor het belang van onafhankelijke media. Vooral de Christen Unie is inspirerend: ‘Onafhankelijke journalisten en media zijn de waakhonden van onze samenleving. Hun functie is van vitaal belang voor een open samenleving en het goed functioneren van onze democratische rechtsstaat. Wij maken ons sterk voor een pluriform en sterk medialandschap’. De partij wil via journalistieke fondsen meer middelen beschikbaar stellen voor grote projecten in de onderzoeksjournalistiek en onderzoek doen naar manieren om de krantensector te ondersteunen en de pluriformiteit van de dagbladjournalistiek in stand te houden. Over procederen in het algemeen belang wordt verschillend gedacht: de VVD bepleit een strengere toetsing van vorderingen in het algemeen belang – ook wel ‘public interest litigation’ genoemd (denk aan Urgenda) – maar geen afschaffing, terwijl de PvdA proefprocessen juist wil stimuleren. De toegang tot het recht heeft de aandacht van bijna alle partijen.
 
Er valt op 17 maart echt iets te kiezen, maar het is geruststellend dat de rechtsstaat vanuit het perspectief van checks and balances bij de meeste partijen in behoorlijke handen is.
OVER DE AUTEUR
REAGEER

www.nederlandrechtsstaat.nl wordt ondersteund door Tilburg University, het Vfonds en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties