FORUM
Recente blogs
Archief
Meest gelezen blogs
Tags
Zoekfilters
Auteur
Artikel
Trefwoord
03.09.2015Ernst Hirsch Ballin

Fort Europa

‘Fort Europa’ kraakt, aldus de voorpagina van de Volkskrant bij het begin van een reeks artikelen over de migratiecrisis. Er werd zowel aandacht besteed aan de spanningen in de ontvangende samenlevingen als aan het onnoemelijke leed waaraan de migranten proberen te ontkomen, vaak samen met kleine kinderen voor wie ze op een betere toekomst hopen. Centraal stond de druk op de vooruitgeschoven Britse buitengrens in Calais. Het Verenigd Koninkrijk neemt trouwens nu juist niet deel aan de open grenzen in EU/Schengen-verband. Het echte probleem is ook niet de afwezigheid van prikkeldraad en bewapende grenswachten, maar de enorme kloof in persoonlijke ontwikkelingskansen en veiligheid aan weerszijden van de Middellandse Zee.
 
Toch is het bon ton geworden om de Europese integratie niet als antwoord maar als oorzaak van de problemen van onze tijd af te schilderen. Dat past in een politiek-publicitaire cultuur waarin projecten en personen ofwel de hemel in worden geprezen, ofwel als volstrekt ondeugdelijk worden weggeschreven. Overheidsautomatisering, hervorming van het binnenlands bestuur, decentralisatie van de zorg, spoorlijnen: voorbeelden daarvan zijn er te over. De werkelijkheid is – gelukkig – niet zo simpel, wat mogelijkheden biedt om van fouten te leren en tot verbeteringen te komen. Dat geldt ook voor de Europese integratie, waarvan geen zinnig mens kan ontkennen dat die dit continent vrede, welvaart en meer rechtvaardigheid heeft gebracht. Voor de huidige generatie Duitsers en Fransen is het ondenkbaar geworden dat ze tegen elkaar de wapens opnemen, zoals hun voorgeslacht dat driemaal binnen een eeuw had gedaan. In andere landen, net buiten de Europese Unie, greep men in de jaren negentig wel naar de wapens, net als nu in de Oekraïne.
 
Het valt te hopen dat de huidige generaties in West-Europa wel het belang blijven zien van het leren van elkaars talen. Veeltaligheid is sinds de Middeleeuwen de verbindende factor en een stuwende kracht in de maatschappelijke ontwikkeling van Europa geweest: mensen die elkaar verstaan, kunnen samen iets goeds opbouwen. Onderlinge solidariteit is daarvan niet vanzelf het gevolg, maar moet groeien. De preambule van het verdrag van 1957 wilde de basis leggen voor ‘een steeds hechter verbond tussen de Europese volkeren’. Dat is niet hetzelfde als een geüniformeerd Europees politiek bestel. Integendeel, het richtinggevende ideaal is om door het wegnemen van nodeloze tegenstellingen een rechtsorde te creëren die ruimte biedt voor ideële, economische en culturele verscheidenheid. Het politieke fundament daarvoor tussen de oudere lidstaten was nog maar broos, toen eind jaren negentig tot een snelle uitbreiding werd besloten. Adviezen voor een gedifferentieerde integratie – met ‘verschillende snelheden’ – waren in de wind geslagen, op wat opt-outs en opt-ins na. Verschillen in reguleren vergt meer politiek en juridisch vernuft dan het opleggen van uniforme modellen.
 
Solidariteit met mensen in benarde situaties kan niet zonder een gevoel van saamhorigheid. Bij rampen kunnen grote tv-acties zo’n gevoel nog wel eens oproepen, maar als er elke dag duizenden mensen de Middellandse Zee oversteken, is het daarmee snel gedaan. Zinnige antwoorden op zo grote noden en zo’n groot grensoverschrijdend vraagstuk kunnen nooit ‘nationaal’ zijn. Maar ze zullen ook nooit uniform kunnen zijn, noch wat betreft de mogelijkheden om mensen op te nemen, noch wat betreft de situaties in landen van herkomst en eerste opvang buiten de Europese Unie. Migratie ordenen vereist taakverdeling in de EU en samenwerking met de UNHCR, maar ook een veel intenser beleid om perspectieven te bieden aan de overzijde van de Middellandse Zee. Om solidariteit met mensen in nood te kunnen betrachten, moeten de verschillen overbrugbaar zijn – of worden.

Dit artikel verscheen op 01-09-2015 ook in SC Wetten en regels verklaard.
OVER DE AUTEUR
REACTIES
REAGEER

www.nederlandrechtsstaat.nl wordt ondersteund door Tilburg University, het Vfonds en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties