FORUM
Recente blogs
Archief
Meest gelezen blogs
Tags
Zoekfilters
Auteur
Artikel
Trefwoord
18.02.2015Corry-Anne Everse

#preambule #bezieling #constitutionelecultuur

Heeft onze rechtsstaat geen ziel? Het gebrek aan een preambule in de Grondwet lijkt daarop te duiden. Tevergeefs kan worden gezocht naar prozaïsche woorden waarmee onze natie een mission statement en identiteit werd meegegeven. Met een jaloerse blik wordt naar de Verenigde Staten gekeken, waar elke ochtend “We, the people of the United States…” uit miljoenen kindermonden klinkt. Zo'n ritueel missen wij, maar missen wij daarmee constitutionele bezieling?
 
Burgerschap en bezieling
Geen constitutioneel bestel kan bestaan zonder ziel. De constitutie bepaalt op welke manier de staat zich tot zijn burgers verhoudt. Dit is meestal vervat in bepalingen hoe burgers zeggenschap hebben in de totstandkoming en uitvoering van beleid en op welke terreinen de overheid zich moet afhouden van ingrijpen, denk aan grondrechten. Maar deze bepalingen zeggen echter weinig over goed burgerschap, over hoe constitutionele waarden worden beleefd en uitgedragen. Bezieling komt van de mensen die deel uitmaken van de constitutionele orde. Passie voor het in stand houden van de rechtsorde komt voort uit de menselijke aandacht voor samenhang en gemeenschap. Die bezieling komt niet uit mooie woorden; die kunnen slechts een weerspiegeling van de ziel van die gemeenschap zijn.
 
Positivistisch afbreukrisico
Wat echter funest is voor bezieling en constitutioneel bewustzijn is het (rechts)positivistisch denken. Dit denken komt erop neer dat het recht alleen bestaat uit dat wat middels empirische bevindingen kan worden vastgesteld. De juridische werkelijkheid valt dan op sociologische wijze te destilleren uit de maatschappelijke werkelijkheid en onthoudt zich van normatieve oordelen. De rechtsorde wordt niet langer opgevat als een expressie van intrinsieke morele waarden, maar verwordt tot een formeel instrumentarium. De vrijheid van meningsuiting houdt bijvoorbeeld niets meer in dan de huidige omstandigheden vereisen. Eist het volk een recht op belediging, dan kan het dat krijgen ook, met alle consequenties van dien. Hooguit wordt gekeken naar hoe de huidige tekst tot stand is gekomen en kan de indruk ontstaan dat deze fundamentele vrijheid een idee is uit 1983, het jaar van de fundamentele grondwetsherziening. De link met eeuwenoude denktradities en morele structuren wordt niet gelegd. Daar ligt het gebrek aan bezieling. Wanneer de verbinding wordt gelegd met de achterliggende waarden en totstandkomingsgeschiedenis van rechtsbeginselen en fundamentele vrijheden, wordt onze constitutionele cultuur weer nieuw leven ingeblazen.
 
Brondocumenten
Op zoek naar teksten die tekenend zijn de totstandkoming van de huidige Nederlandse constitutie, stuit je onvermijdelijk op het Plakkaat van Verlatinge. Dit document uit 1581 waarmee de onafhankelijkheid van de Spaanse koning werd bezegeld, schept duidelijkheid over de verwachtingen van de nieuwe overheid: “(…) de vorst is er ter wille van de onderdanen, zonder welke hij geen vorst is, om het rechtvaardig en verstandig te regeren en te verdedigen, en hen lief te hebben zoals een vader zijn kinderen en een herder zijn schapen.” Onwillekeurig komen de verbeelde koninklijke woorden uit het koningslied naar boven: “Ik bescherm je tegen alles wat komt; Ik zal waken als jij slaapt; Ik behoed je voor de storm”. Ook de vrijheid van godsdienst heeft oudere papieren dan 1983. De tekst van de Unie van Utrecht uit 1579 reflecteert de bittere strijd om geloofsvrijheid waaruit dit document ontsprong. De bevoegdheid om regels te stellen kwam toe aan de provincies “mits ieder voor zich, in overeenstemming met de Pacificatie van Gent, in zijn religie vrij zal mogen blijven en dat niemand vervolgd of ondervraagd wordt ter zake van zijn religie”. Die historische context is nog steeds van belang bij de interpretatie en toepassing van de huidige Grondwet.
 
Gemeenschappelijke waarden
Ook is het van belang dat achterliggende waardenstelsels, die de constitutionele cultuur hebben gevormd, inzichtelijk worden gemaakt. Zo kan uitleg van en inzicht in de Joods-Christelijke traditie helpen bij het begrip van Nederlandse eigenheden, zoals bijzonder onderwijs. Deze traditie heeft de totstandkoming van de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs sterk gekleurd. Ook de opkomst van de rechtsstaatgedachte en de fundamentele vrijheden heeft een nadrukkelijke stempel gezet op de Nederlandse constitutionele identiteit. Het is van belang om dit erfgoed in leven te houden en niet weg te stoppen in een museum. De Poolse preambule getuigt van dit respect voor de wortels van Polen als zelfstandige staat: “We, the Polish Nation - all citizens of the Republic (…). Beholden to our ancestors for their labors, their struggle for independence achieved at great sacrifice, for our culture rooted in the Christian heritage of the Nation and in universal human values.” Hopelijk beleven de Polen dat ook zo.
 
Preambule
Als een dergelijke gemeenschappelijke en historisch gefundeerde cultuur kan worden bereikt met een preambule, dan ben ik voor. Maar het idee van een preambule in de Nederlandse Grondwet roept bij mij altijd weer de associatie op met het beeld van iemand die op 50-jarige leeftijd de opdracht krijgt een gedicht voor zijn eigen geboortekaartje uit te zoeken. De Grondwet heeft nooit meer aspiraties gehad dan het zijn van een staatsregeling. De Nederlandse identiteit en het tolerantie-ideaal worden niet aan de Grondwetstekst ontleend, maar aan de achterliggende constitutionele cultuur. Tijdens de themadag over rechtsstatelijke innovatie in de Eerste Kamer introduceerde de heer Gert Jan Leenknegt een preambule die bestaat uit hyperlinks. Deze hyperlinks zouden websites moeten ontsluiten die de context van de grondwettelijke tekst inzichtelijk maken. Een goed begin van de zoektocht naar bezieling, maar een uitdagende vraag blijft: naar welke website linkt de hyperlink #rechtsstaat van de toekomst?

OVER DE AUTEUR
REAGEER

www.nederlandrechtsstaat.nl wordt ondersteund door Tilburg University, het Vfonds en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties